Inflatiezorgen

Column | Nog geen reacties

Verwachtingen over krapper monetair beleid wereldwijd worden wat getemperd, maar op het moment is dat makkelijker voor de Fed dan voor de ECB.

Aan het einde van de zomer stop ik vaak met mijn allergiemedicatie. Ik ga er dan min of meer vanuit dat het ergste wel achter de rug is en dat de hooikoorts snel op zal houden. Op financiële markten leek de afgelopen weken de opvatting te heersen dat centralebankpresidenten Yellen en Draghi er qua monetair beleid dezelfde tactiek op nahouden als ik met mijn hooikoorts. Ondanks dat de inflatie aanhoudend laag is, verwachten markten een verkrapping van het huidige ruime monetaire beleid. Dit zorgde de afgelopen weken voor een aansterkende 10-jaars rente.

Waar het einde van mijn allergie echter goed te voorspellen is, is dat voor het einde van de lage inflatie minder het geval. Wereldwijd hebben centrale bankiers het er moeilijk mee om te bepalen waarom de inflatie nog niet aantrekt terwijl de economie al jaren aan het groeien is. Dus worden de verwachtingen over krapper beleid dan ook getemperd door de centrale banken. Draghi lijkt misschien van plan om QE te beëindigen, maar met de lage inflatie van het moment is een normalisering van het monetair beleid nog ver weg.

Ook Yellen heeft moeite met de lage inflatie. Tijdens haar verantwoording aan het Congres gaf ze aan dat de prijsgroei nauwlettend bekeken wordt voordat er een volgende rentestijging komt. Ze gaat er wel van uit dat dit nog dit jaar gebeurt. Misschien nog wel interessanter dan Yellens gematigde toon over de komende rentestap is haar blik op de rente op langere termijn. Die duidt op een kortere serie rentestappen dan normaal het geval is na recessies. Dat heeft ook te maken met de kracht van de Amerikaanse economie. De euforische enquêtes onder bedrijven en consumenten na de verkiezing van Donald Trump als president zijn niet gevolgd door sterkere groei, omdat beloofde hervormingen vooralsnog uitblijven. Vertrouwensindicatoren beginnen dan ook te dalen, zo leverde de enquête van het NFIB onder kleine ondernemers sinds januari 2,3 punten in.

In Europa valt het economisch nieuws echter niet tegen, wat de verwachtingen over het einde van QE hooggespannen houdt. Deze week kwam er namelijk eindelijk goed nieuws over de industrie. Waar de Amerikaanse 10-jaars rente deze week wat daalde, steeg de Duitse 10-jaars rente door tot 0,58%. Waar het herstel de afgelopen tijd een vlucht genomen heeft in de dienstensector, bleef de industriële productie een zwaktebod. Deze week bleek dat productie in mei maar liefst met 1,3% gestegen was en daarmee prompt het hoogste niveau sinds september 2008 bereikte.

Deze stijging in productie kan gezien worden als bevestiging dat de sterke enquêtes over de Eurozone economie ook inderdaad beantwoord worden met hogere groei. Dit is echter nog steeds 6% onder de piek van productie van voor de crisis en dus is er nog steeds fors ruimte voor verbetering. Verder herstel lijkt er in de komende maanden dan ook te komen, aangezien nieuwe orders fors gestegen zijn en de PMI voor de maakindustrie op het hoogste niveau in meer dan zes jaar staat.

Deel dit artikel

Geschreven door:

Bert Colijn

Senior econoom ING

Bekijk 1 bericht van Bert Colijn

Terug naar het columns overzicht

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder, dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten