Sell in May: bent u een ‘kalendergekkie’ of niet?

Column | Nog geen reacties

Afgelopen week las ik een column van een bekende belegger die weer een reactie was op iemand op Twitter die zei dat vrijdagen goede dagen waren om te beleggen in bitcoin. De columnist was hier (terecht) kritisch over, maar noemde in dezelfde column ook o.a. het sell in may-patroon en het turn-of-the-month-effect.

Het klopt in onze ogen wel dat veel beleggers opzoek gaan naar patronen en die middels datamining altijd wel weten te vinden. Zo zal er misschien wel een correlatie bestaan tussen premières van films met Tom Cruise in de hoofdrol en het aandeel IBM tussen 9 en 10 uur ’s ochtends op diezelfde dag, maar deze zaken hebben natuurlijk niets met elkaar te maken en berusten op toeval. Dit soort patronen valt daarom vaak snel door de mand nadat het is ontdekt.

Wat een patroon sterk maakt zijn veel datapunten, een lage afhankelijkheid van één bepaalde periode, verschillende cross-checks met vergelijkbare variabelen en een goede reden waarom het patroon (nog) zou moeten bestaan. In het voorbeeld van film premières en IBM zou het helpen als andere filmtitels ook een invloed hebben op andere aandelen in dezelfde tijdsperiode. Dat zou zó een groot toeval zijn, dat dit meestal dan niet zo is, tenzij er een echt causaal verband bestaat. Dit verband is er wel met het turn-of-the-month-effect en sell in May. Laten we eens dieper ingaan op die laatste.

Sell in May but remember to be back in September

Sell in May: bent u een ‘kalendergekkie’ of niet?De bekende beurswijsheid ‘sell in May’ komt erop neer dat beleggers in mei hun aandelen zouden moeten verkopen en in september-november (afhankelijk van de versie) weer in zouden moeten stappen.

We kunnen de eerdergenoemde controles toepassen op de beurswijsheid om in mei te verkopen. Het effect is in vrijwel alle aandelenmarkten met wetenschappelijk onderzoek aangetoond, het werkt zo ongeveer al sinds data beschikbaar is, en leek zich in de eerste instantie vooral op het noordelijk halfrond te concentreren. De reden achter dat laatste feit laat zich raden: het noordelijk halfrond kent een vergelijkbare lengte van dagen per seizoen. Toen de markten internationaler werden, sijpelde het effect over naar markten op het zuidelijk halfrond.

Bij IG hebben wij met data van 2000-2020 berekend of dit patroon ook in de AEX voorkomt. Wat blijkt? In beide decennia van deze eeuw zou het zelfs in absolute zin verliezen besparen door uit te stappen tussen medio juni tot eind september. Juni is logischer dan mei omdat in juni de toename van het dagelijkse aantal zonuren stopt. In september is juist de afname van deze zonuren het hoogst, waardoor het pessimisme op het toppunt zit, maar de beurs op een dieptepunt.

Dan rest de vraag waarom dit seizoenspatroon in aandelen nog bestaat. Beleggers weten immers toch dat de beurs het slecht doet tussen juni en oktober? Als ze daarop en-massa anticiperen, dan verdwijnt het effect. Het effect is ook iets zwakker geworden sinds het is ontdekt, maar veel beleggers kunnen of willen er niet op anticiperen. Institutionele beleggers, zeker die met een langetermijnvisie zoals pensioenfondsen e.d. proberen niet te gokken op basis van dit soort patronen. Aan de andere kant is 4 maanden een erg lange tijd voor een handelaar. Dan zijn er nog opportunistische hedge funds, maar die lopen ook tegen de 4 maanden aan, aangezien ze veel andere signalen hebben waar ze naar kijken en niet de strategie willen baseren op één vaag patroon dat misschien kan verdwijnen.

Mei/juni

Dan is er nog een punt met verkopen in mei/juni: gemiddeld werkt het wel, maar in de meeste jaren niet. In onze steekproef van de AEX werd het gemiddeld negatieve rendement in de zomer vooral veroorzaakt door de uitschieters naar beneden. In 12 van de 21 zomers was het rendement positief. Er kunnen dan nog wel kleine beleggers zijn die soms proberen de markt te timen, maar dan zijn er perioden zoals 2012-2014 waarin de zomers drie jaar op rij positieve rendementen laten zien. Dan voel je jezelf inderdaad wel een ‘kalendergekkie’ als je driemaal op rij rendement mist door in mei/juni te verkopen. Steeds uitstappen in juni en terugkopen in september is dus niet makkelijk vol te houden, maar daarom werkt het op lange termijn wel. Hoe minder mensen handelen op dit seizoenspatroon, hoe beter.

Het timen van de markt is altijd moeilijk, maar als u toch het risico wilt nemen een ‘kalendergekkie’ te zijn door uit de markt te stappen, dan is de periode juni tot september er tenminste één om dat te proberen. Hopelijk bent u de enige….


Deel dit artikel

Geschreven door:

Robbert Manders

Robbert Manders is marktanalist bij IG.


Bekijk alle 11 berichten van Robbert Manders

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar het columns overzicht

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder, dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten