Wat China kan leren

Column | Nog geen reacties

Ooit in een Chinees restaurant geweest? Natuurlijk! Is het u opgevallen dat deze eetgelegenheden nooit helemaal vol zijn.  Dat is anders dan bij vele Nederlandse restaurants. Bij de iets betere moet je maar al te vaak reserveren voor een plaats.

Dit is in grote lijnen het verschil tussen China en Nederland of eigenlijk de wereld. Bij mijn eerste lessen economie heb ik geleerd dat westerse bedrijven streven naar maximalisatie van de winst door vaste en variabele kosten af te stemmen op de prijs en de vraag. In China hanteert men een ander model: groter betekent meer afzetmogelijkheden. Ik heb heel wat bedrijven gezien die op de groei zijn gebouwd met nog niet ingerichte productiehallen en nog niet bewoonde appartementen voor het personeel.

Meer en als het effe kan nog meer zien we nu bij de fabricage in China van batterijen en elektrische auto’s. Er wordt volop geproduceerd. Het opstarten van die bedrijven is soms, veelal, met overheidsgeld. De overheid heeft bijvoorbeeld het plan om auto’s emissievrij te maken door over te stappen van fossiele brandstof naar batterijen. Informatie wordt dan omgezet in kennis en producten. De  overheid helpt financieel.

Dat is zo anders als in de VS en Europa. Dat is kapitalistisch. De ontwikkeling van elektrische auto’s en batterijen laat men over aan de markt. Bedrijven hebben een plan en proberen daarvoor de financiering rond te krijgen. Voor te grote plannen zijn investeerders niet te porren, want dat ligt het moment van winstmaximalisatie te ver weg. Grote productiehallen worden niet in een keer neergezet. Ze worden als kralen geregen veelal door overnames en fusies. Dat is tijdrovender dan in China.

Daardoor missen westerse bedrijven momentum zoals nu met elektrische auto’s en batterijen  uit China, waardoor ze het afleggen op het gebied van prijsconcurrentie. De markt moet nog leren dat er een groot verschil is tussen Europese en Chinese op het gebied van service. Het is niet ondenkbaar dat Chinese autoproducenten te snel nieuwe modellen ontwikkelen om de verkoop te blijven stimuleren, waardoor deze net als Japanse auto’s veelal al in de folder verouderen. De kwaliteit mag prima zijn, maar de restwaarde van Chinese zal dan net als Japanse wagens snel dalen.

Misschien klaagt het Westen een beetje te hard over de Chinese praktijd van het optuigen van een industrie. De een is kapitalistisch en de ander socialistisch. Dat zal nooit veranderen, dus je kunt beter het politieke spel spelen dan de strijd aangaan, veelal Wat China kan lerenomwille van de gunst van de kiezer. Japan heeft men ook nooit op de knieën gekregen met haar prijsstelling. Japan kon altijd goedkoop zijn omdat met de ontwikkelingskosten omsloeg over de totale geraamde afzet terwijl het Westen ze zo snel mogelijk wilde terugverdienen met hoge introductieprijzen om vervolgens de prijs te verlagen. Veelal te laat.

China kan daarvan leren, evenals van de Duitse auto-industrie met marginale aanpassingen aan het koetswerk en incidenteel met een volledig nieuwe versie te introduceren, maar nooit zonder knipoog naar de oude, verjaarde modellen. Als China hetzelfde doet, zouden de showrooms wel eens goed gevuld kunnen blijven met kopers.


Deel dit artikel

Geschreven door:

Eddy Schekman (Columns)

Eddy Schekman woont en werkt vanuit China en houdt zich vooral bezig met duiding van het financiële nieuws voor ondernemende beleggers. Sinds 2008 publiceert hij voornamelijk voor het platform CASH.


Bekijk alle 80 berichten van Eddy Schekman (Columns)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar het columns overzicht

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder, dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten